Vroeger hoefde wij nooit te vragen wat we op zondag gingen doen. Het was vaste prik, discussie was niet mogelijk, het stond gewoon voor het hele jaar genoteerd in de agenda. Zondags gingen we voor de middag naar de ene opa en oma en ’s middags naar de andere. Even voor het gemak: ik had een opa en oma Handel en een opa en oma Boekel, tja ik heb het niet verzonnen maar het gaf wel duidelijkheid. Bij allebei de opa’s en oma’s heerste er echte gezelligheid, verbinding en keek je echt uit naar dat ene snoepje dat je kreeg zoals een sinassnipper, een flikje met van die witte spikkels erop of als je echt geluk had een koetjesreep….
Bij ons opa en oma Boekel geurde het hele huis naar zondagse soep, soep die uren op het gas had gestaan met van dat getrokken vlees, als ik er nu aan denk ruik ik het weer. Mooie herinneringen. Mijn oma Boekel was de laatste die van mijn opa’s en oma’s overbleef en woonde op de Burgtstraat in één van die huisjes bij de Boekelse kapel. Als iemand bij mijn oma op bezoek kwam en die was op de fiets of te voet had ze al, op z’n Boekels gezegd, un bietje koi zin. Fiets en te voet betekende voor haar thuis blijven. Het eerste wat ze vaak zei als je binnen kwam was niet “Hallo” maar….”Bende mi d’n auto?” Als wij met de auto kwamen betekende dat voor mijn oma: op rak, vrijheid, beleven, eropuit, eens een keer iets anders zien dan dat pleintje. Bij de vraag, na de koffie, “zullen we een stukske rondrijden?” was mijn oma diegene die als eerste bij haar jas was om die aan te doen. Waar dat we dan, als familie, naar toe reden maakte haar niets uit. Weg was weg…..
Het was Hemelvaartsdag, 20 jaar geleden, waarop mijn moeder en ik een dagje naar Scheveningen gepland hadden. Mijn oma Boekel was die week voor die Hemelvaartsdag een beetje aan het kwakkelen met haar gezondheid waarop er niemand in de familie helemaal gerust op was. En omdat de meeste van de familie iets gepland hadden in dat Hemelvaartsweekend, werden mijn moeder en ik gevraagd om in de buurt te blijven om op oma te letten…..daar ging ons dagje strand. Bij mijn oma aangekomen oogde zij naar onze mening erg fit en ook deze dag vroeg ze of we met de auto waren. Ik zag mijn kans schoon! Waarop ik aan mijn oma vroeg of ze ooit bij de zee was geweest. Ze antwoordde: “nee daar ben ik nou nog nooit geweest.” Hmm wij konden oma natuurlijk ook in Scheveningen in de gaten houden.
Een kwartier later lag de rollator in mijn Mazda 323f met van die Bassie en Adriaan koplampen en zat mijn oma voorin de auto helemaal klaar om naar het strand te gaan. Mijn moeder was gedegradeerd naar de achterbank. Het was bloedheet die dag en mijn auto was niet zo luxe uitgevoerd dat er airco in zat. Wat resulteerde dat mijn oma, een groot gedeelte van de reis naar Scheveningen, bezig was om al deppend met haar zakdoek haar voorhoofd en nek droog te krijgen. Tegelijk was ze duidelijk aan het genieten van alles wat er onderweg te zien was.
En daar was het, de boulevard van Scheveningen. Ik zette mijn oma, haar rollator en mijn moeder onderaan de steile parkeerplaats af en parkeerde snel mijn auto en voegde me weer bij hen. Bij de eerste bocht naar de boulevard zag mijn oma de zee voor het eerst! Ze had geen oog meer voor wat er voor haar gebeurde maar keek verwonderd naar de rechterkant waar zij de zee zag en vroeg: “ is dat allemaal water???”
Na 100 meter te hebben gelopen zijn we gestopt en hebben we een kop koffie besteld, die volgens mijn oma veel te bitter was, dus geen zin en tijd voor een tweede bakkie. Zo gingen we verder op avontuur en flaneerde we met zijn drietjes over de boulevard, mijn oma gekleed in haar typische oma Boekel jurk. Aangekomen bij onze tweede stop , slechts 500 meter verwijderd van de eerste, werd er van zelfsprekend niet meer gegokt op nogmaals zo’n bittere bak koffie dus ging mijn oma deze keer voor thee met een broodje kaas. Zodra de thee op tafel werd gezet nam mijn oma gelijk een enorme slok van de gloeiend hete thee. Ik vroeg me af wat beter was de bittere koffie of de gloeiend hete thee die voor een ruwe tong en gehemelte had gezorgd. We hadden nog een troef en dat was het broodje kaas, maarrrr dat was zo’n hard ding en niet zo’n lekker zacht bolletje als van de Boekelse bakkers. Haha. In dat koffietentje kregen we een telefoontje van mijn vader die bezorgd vroeg: “Weten jullie waar ons moeder is?” Nou en of dat we dat wisten. En ondanks de te bittere koffie, te hete thee, het te harde broodje en dat bezorgde telefoontje besloten we tevreden huiswaarts te gaan.
Bij thuiskomst op de Burgtstraat heb ik de landkaart bij mijn oma op tafel gelegd om te laten zien waar Boekel lag en waar Scheveningen, waar wij samen die dag geweest waren. Bij het zien van die twee plekken op de kaart zei mijn oma: “Goh dat is echt een eind weg!” Ik zag dat mijn oma oprecht van deze dag had genoten, ze had weer iets beleefd, ze had een herinnering gemaakt, ze was even weggeweest van dat vertrouwde pleintje voor de deur en iets anders gezien, ze had weer iets om te vertellen, ze had weer even écht voluit geleefd.
Een paar jaar later heb ik afscheid mogen nemen van mijn oma Boekel, op haar sterfbed wilde ze nog iets zeggen. Spreken lukte helaas door het ontbreken van kracht niet meer en opschrijven ook niet meer. Waar ze nog wel kracht voor had, toen ik met mijn gezicht dichtbij haar gezicht hing, was een streel met haar hand over mijn wang. Die streel betekende voor mij dank je wel voor alles, dank je wel voor Scheveningen en dank je wel voor de zee, de te bittere koffie,de te hete thee en voor de, te harde broodjes………..
Nu ik dit verhaal opschrijf verschijnt er weer een grote glimlach op mijn gezicht. De herinnering aan deze dag geven mij een onbeschrijfelijk gevoel van binnen. Een gevoel van betekenis zijn, is voor mij de beste motivatie die er bestaat. Ik had destijds niet kunnen vermoeden dat die dag, met mijn oma, aan zee het zaadje was voor het starten van, Beleven is Leven, mijn eigen bedrijf! Als seniorencoach en gewoon als Marieke ga ik dagelijks ouderen zoals mijn lieve oma een mooie dag bezorgen. Hoe heerlijk is dat, immers ‘Beleven is Leven!’.